Loslaten wat je niet vast hoeft te houden

Gepubliceerd op 25 juni 2021 om 15:20

Loslaten wat je niet vast hoeft te houden Partner en relatie Ervaringen rondom autisme

HOE GAAT HET MET JE? De basis voor dit stuk schreef ik in 2016. Het heeft toen tijdelijk op m’n persoonlijke tijdlijn gestaan, maar uit onzekerheid verwijderde ik het 2 weken later weer. Inmiddels ben ik een flink aantal jaar verder. Omdat ik denk dat hier heel herkenbare dingen in staan, heb ik het herschreven en deel ik het nu graag als blog.

2016

Wie aan een ander vraagt hoe het gaat, krijgt bijna altijd “Goed hoor” te horen, met meteen als wedervraag “En hoe is het met jou?” Zo gaat dat meestal als je mij vraagt hoe het gaat. Waarom zou ik vertellen hoe het echt met me gaat? Wie vraagt dit werkelijk om het hele verhaal te willen horen?

Het antwoord waarom ik wél wilde vertellen hoe het gaat, was dat het me zou kunnen helpen dingen los te leren laten. Het zou me kunnen helpen me minder druk te maken. Minder druk te voelen om te moeten voldoen aan een bepaald verwachtingspatroon wat ik dacht dat de wereld om me heen van me had, maar ook wat ik mezelf had opgelegd.

Veel mensen wisten destijds niet wat er precies met mij aan de hand was. Men durft er vaak ook niet naar te vragen als het iets psychisch betreft. En ik begrijp dat ergens ook wel. Nou hoeft niet iedereen altijd te weten wat er speelt, maar het maakt dingen wel duidelijker. Makkelijker. Niet als verantwoording naar de ander, maar vooral makkelijker voor jezelf.

Ik vermoed dat dit verhaal ook voor veel mensen met autisme herkenbaar is. Je opgebrand voelen. Uitgerangeerd. Op. Leeg. Het niet durven vertellen. En maar doorgaan, tot het echt niet meer lukt…

Ik heb geen autisme, maar worstel sinds ergens eind jaren 90 met depressie. De officiële diagnose is inmiddels chronische depressie. Het is altijd op de achtergrond aanwezig. Sudderend. Als iets wat continu op de loer ligt om de kop op te steken en dat ook regelmatig doet. Een chronische depressie gaat na al die jaren niet meer zomaar over, hier moet ik het mee doen. Accepteren, net als ik het autisme van m’n man ook accepteer. We vroegen er niet om, maar het is er, zo simpel is het. Waarmee ik natuurlijk niet bedoel dat we alle gevolgen ondergaan zonder eraan te werken, maar wel dat we accepteren dat er nou eenmaal gevolgen zijn.

De gevolgen van mijn langdurige depressie lijken op veel vlakken op de gevolgen die m’n man door z’n autisme ervaart. Ik zie veel overeenkomsten en hier ligt absoluut een reden dat ik hem steeds beter leerde begrijpen. En hij mij.

Ik hoor nogal eens dat als de partner van iemand met autisme een depressie heeft, de oorzaak bij het autisme van de ander gelegd wordt. Het zal heus voorkomen, maar bij mij zit het voornamelijk in dingen in mijzelf. Het autisme in huis draagt er echt niet altijd positief aan bij, maar de oorzaak ligt daar dus niet. Ik wil dat toch gezegd hebben en dit veel gehoorde vooroordeel de wereld uit proberen te helpen. Andersom vindt mijn man het soms ook lastig om met mijn depressie te dealen. In een relatie heb je altijd beiden een aandeel.

Terug naar 2016. Januari. Ik startte met gesprekken voor mezelf omdat het niet goed met me ging. Volgens de psycholoog stond ik dieprood qua energie en herstelde ik daar niet van. De accu kreeg geen tijd om vol te laden. Zo had ik een beetje fut, zo was het weer weg ook. De psycholoog zat bij onze huisartspraktijk in, een zogenoemde praktijkondersteuner, een POH. Een fijne man die de vinger vrijwel direct op de zere plek wist te leggen. Hij vergeleek me met een circusartiest die 12 bordjes tegelijk op stokjes overeind stond te houden. Alles wel breeduit lachend en met een bijpassende jurk aan, want stel je voor dat iemand iets aan me zou merken. En dat was raak! Ik herkende me in het beeld wat hij schetste. Het doel van de gesprekken was dat ik wat minder stokjes omhoog ging houden en daarmee beter voor mezelf zou gaan zorgen. Ik moest fors gaan bezuinigen op m’n energie door te gaan plussen in plaats van minnen, zo zei deze psycholoog mij in 2016.

Nu, 5 jaar later, zet ik mijn uiterlijk lachende masker steeds vaker af en durf ik beter te laten zien als het niet goed met me gaat. Dat ik kwetsbaar ben en ook kwetsbaar mag zijn. Dit helpt meestal te voorkomen dat ik over m’n eigen grenzen ga. Het maakt mijzelf en anderen ervan bewust dat het even niet lukt.

Mijn man ziet het meteen aan me als het niet goed gaat en zet me dan resoluut op de bank met een kop cappuccino of thee, zodat ik weer kan opladen. Waar ik vaak hoor en lees dat partners met autisme dat stukje inlevingsvermogen zouden missen, herken ik dat gelukkig niet. Mijn man is uit zichzelf juist enorm zorgzaam voor me.

4 Maanden na dat eerste gesprek in 2016 kwam het meest verhelderende gesprek. Of eigenlijk kwam het door 2 lieve meisjes in mijn directe omgeving dat ik me realiseerde dat er misschien iets meer speelde naast mijn chronische depressie. Ik ging online op onderzoek uit en wat ik las klopte precies. Ik heb dit schoorvoetend bij de psycholoog op tafel gelegd en hij bevestigde me. Sterker nog, hij zei doodkalm dat hij al tijdens onze eerste sessie in januari wist dat we dit gesprek een keer zouden gaan voeren.

Ik ben dus hoogsensitief. Voor sommige mensen misschien een modewoord en ‘daar heb je weer zo iemand’, maar dat extra zintuig bestaat voor mij wel degelijk. Hoogsensitiviteit heeft een heel grote invloed op me.

Daarnaast zit ik best aardig in m’n iq. Dat wist ik al wel, want ik heb weleens testen gedaan, maar ik heb het nooit in de richting of hoek van hoogbegaafd gezien. En eigenlijk vind ik dit wat gekkig om van mezelf te zeggen. Ik benoem dit toch, want deze bewustwording opende onverwacht ook mijn ogen. Niet dat ik mezelf nou zo slim vind of zo, maar het beïnvloedt me wel en het maakt duidelijk onderdeel uit van wie en hoe ik ben. Het is iets wat ik genetisch zomaar heb meegekregen, net als de kleur van m’n ogen, m’n lengte en m’n schoenmaat. Het is dus geen verdienste, net zo min als de hoogsensitiviteit, maar het is wel ik.

Ik werd me door deze dingen zoveel meer bewust dat ik alles haarfijn oppik van m’n omgeving en razendsnel verbanden tussen dingen leg. Dat is soms heel handig, maar het zit me vaak ook in de weg. Zo voel ik meteen aan als de sfeer niet goed is. Pik ik emoties van anderen onbewust op. Voel stress van anderen en neem dat mee. Daar heb ik veel last van en daar word ik doodmoe van. Ik zuig ongemerkt de negatieve energie van mensen veel te veel op. En eerlijk gezegd zie ik ook hierin wel overeenkomsten met autisme. Hoewel vaak wordt beweerd dat dat niet kan samengaan, geloof ik dat mensen met autisme juist ook zeer empatisch en erg gevoelig voor sferen en emoties van anderen kunnen zijn. Gelukkig komen daar ook steeds meer nieuwe inzichten over naar buiten.

Ik hoefde niet zo nodig een extra labeltje, toch zette dit gesprek een enorme knop bij me om. De bevestiging vooral dat de psycholoog dat tijdens ons eerste gesprek al had gesignaleerd, zegt me dat het overduidelijk zo is. Hij liet het me zelf ontdekken en alles bij elkaar optellen, en achteraf gezien vind ik dat erg fijn. Had hij het me meteen gezegd, had ik het waarschijnlijk zo van tafel geveegd. Hij hielp me mijn weg hierin te vinden. Leerde me hoe ik mijn voelsprieten zoveel mogelijk in kan trekken om te voorkomen dat ik te veel negatieve sferen als een spons in me opneem. Ik leerde om problemen, onredelijkheid en negativiteit van anderen ook zoveel als mogelijk bij die ander te laten. Dat lukt me lang niet altijd, maar ik blijf wel proberen en oefenen. De keren dat het wél lukt, win ik alvast.

Deze inzichten in mezelf waren in 2016 het startschot op weg naar een sterkere ik. Ik ging m’n grenzen beter kennen en inzien waar ik zelf dingen anders kon doen. Zelfreflectie bleek een toverwoord. Ik liet daarmee het eerste bordje van z’n stokje vallen.

Een belangrijke stap in dit proces was door de originele versie van dit stuk 5 jaar terug aan andere mensen te laten zien, hoe eng ik dat ook vond en hoe bang ik ook was voor reacties. Of dat iemand juist níet reageerde, want dat vond ik nog het engst. En nu doe ik het nog eens. Openbaar zelfs. Eng? Ja! Ik doe het toch, want ik wil me er niet voor hoeven schamen. Hoef me er ook niet voor te schamen, net als we vinden dat m’n man zich niet voor z’n autisme hoeft te schamen. We delen openlijk ons verhaal over zijn autisme, zo deel ik ook dit. In alle openheid m’n eigen verhaal durven vertellen, is weer een wiebelig stokje met een bordje erop minder om vast te houden. Openheid is zo bevrijdend.

Ik eindigde m’n stuk in 2016 met dit: “Als je binnenkort aan mij vraagt hoe het is, zeg ik waarschijnlijk weer gewoon “Goed hoor”, en wie weet, over een poos, is dat nog gemeend ook!” Nu, in 2021 en die poos verder, kan ik zeggen dat het inderdaad veel en veel beter met me gaat. Doordat ik mezelf beter leerde kennen, zette dat een veel groter proces in werking. Niet alleen in mij, maar ook in ons. Daarbij zat ook m’n man niet stil en werkte de afgelopen jaren aan zichzelf. We zijn samen nu zoveel sterker.

Toch zat ik deze week bij de huisarts, want ik kreeg een seintje van m’n lijf. Blijkbaar heb ik weer even een reset of reminder nodig. Mezelf opnieuw bewust leren zijn van wat ik mag loslaten. Bewust dat ik niet alles op m’n schouders hoef te dragen. Schouders die letterlijk vreselijk vast lijken te zitten door teveel ballast. Een mens raakt nooit uitgeleerd, en zo lang je dat proces kunt blijven zien, kun je blijven groeien.

Ik hoop met mijn en ons verhaal meer openheid te scheppen. Autisme, depressie, er zijn zoveel meer diagnoses en labeltjes waar mensen zich helaas voor schamen en waarvan de maatschappij vaak ook een signaal afgeeft waardóór mensen dus niet open durven zijn. Met soms ernstige gevolgen…

Ik blaas maar weer eens flink uit en probeer daarmee m’n onnodige ballast los te laten. Ik ben redelijk visueel ingesteld, een beelddenker noem ik mezelf, dus ik zocht naar een toepasselijke foto. Paardenbloemen laten hun zaadjes door de wind meenemen en zelfs de sterkste bomen houden hun bladeren niet vast. Een mooie metafoor dat ook wij los mogen laten wat niet vastgehouden hoeft te worden. Het schept ruimte voor groei en ontwikkeling.

-Jolanda Hoenjet-de Jong-

2016/2021